Het valt niet te ontkennen: country is helemaal terug van weggeweest! Enkele jaren geleden werd deze puur Amerikaanse folkstijl weleens meewarig bekeken, maar inmiddels zijn ruitjeshemden weer hip en staat de Stetson fier naar voren. Terecht, want dit genre barst van de muzikale ideeën die je in je eigen spel kunt verwerken – welk instrument of welke stijl je ook speelt. Maar van Taylor Swift tot Johnny Cash is er toch een flinke kloof, dus hier is onze selectie van 10 onmisbare albums om je in te wijden in countrymuziek.

Hank Williams – 40 Greatest Hits (1947–1953)
Hank Williams is absoluut onmisbaar. Zelfs als je niet van country houdt, móét je je buigen over het monumentale oeuvre van de man die men de “hillbilly-Shakespeare” noemde: zijn teksten zijn messcherp, bondig en onweerstaanbaar suggestief. Zijn invloed reikt ver voorbij de country, met grote impact op artiesten als Bob Dylan, Norah Jones en Nick Cave; zijn songs zijn eindeloos gecoverd. Maar het origineel – met zijn lapsteel-solo’s, ijzersterke ritmiek op Martin D-28 en die heerlijk nasale stem – blijft onovertroffen.

Chet Atkins – Mister Guitar (1959)
Chet Atkins was niet alleen een onovertroffen fingerpicking-virtuoos op zijn Gretsch signature (een merk dat hij mee groot maakte), hij was ook een topproducer die zelfs aan Elvis-platen werkte. Zijn albums zijn instrumentale parels: muziek die je bijna moeiteloos beluistert omdat de melodieën zó stralen. Gitaristen als de Australiër Tommy Emmanuel en Brit Mark Knopfler leerden er zowat alles uit.

Johnny Cash – At Folsom Prison (1968)
De erfenis van de “Man in Black” is enorm, en zijn discografie bulkt van de parels – van zijn Sun-periode (zonder drummer maar mét de geweldige contrabassist Marshall Grant) tot zijn late American-jaren met Rick Rubin. Deze live-opname in de Folsom-gevangenis uit 1968 vangt een elektrisch geladen sfeer, zowel in de zaal als op het podium. De opening met “Folsom Prison Blues” is episch: een bajesverhaal vertellen vóór bajesklanten – dat durf je maar als je Johnny Cash heet!

Kris Kristofferson – Kristofferson (1970)
Kristofferson kwam opzetten in dezelfde beweging als Willie Nelson en Waylon Jennings: de “outlaw country”, een soberder, onopgesmukt antwoord op de zwaar gearrangeerde platen uit de jaren ’50 en ’60. Kristofferson is ook bekend als acteur (met Barbra Streisand in “A Star Is Born”), maar op dit debuut zijn vooral zijn warme, diepe stem en zijn enorme songschrijverstalent verbluffend – meer nog dan zijn knappe kop.

Dolly Parton – Jolene (1974)
We kennen Dolly vaak vooral van haar poppenachtige look, maar in de eerste plaats is ze een fenomenale zangeres met een glashelder, krachtig timbre. Jolene schept een heel eigen klankwereld – houtig en geaard, maar tegelijk mysterieus. De titelsong (door Parton zelf geschreven) steelt de show: twee minuten veertig absolute perfectie, later gecoverd door uiteenlopende artiesten als Olivia Newton-John, The White Stripes en Miley Cyrus.

Emmylou Harris – Luxury Liner (1977)
Emmylou Harris heeft een engelenstem, punt. En ook op haar huidige leeftijd lijkt ze de tand des tijds te slim af. Dit album werd haar tweede nummer-één op rij, en al bij de opener “Luxury Liner” is weerstand zinloos. De begeleidingsband is van het allerhoogste niveau, met een eervolle vermelding voor de ongelooflijke James Burton, ooit gitarist van The King. Tussen hartverscheurende ballads (het sublieme “Pancho and Lefty”) en pittiger rock (de Chuck Berry-cover “You Never Can Tell”) beheerst Emmylou elk repertoire tot in de puntjes.

Willie Nelson – Stardust (1978)
Strikt genomen is dit geen countryplaat, maar een collectie evergreens uit jazz en pop – van Gershwin en Duke Ellington tot Hoagy Carmichael. Toch eigent Willie Nelson (in 1978 al gewapend met zijn totaal afgetrapte nylonsnarige Martin) zich het materiaal volledig toe. Zijn versies worden soberder, aardser en heerlijk loom – zijn stem sleept precies zoals zijn gitaarspel. Met ruim vijf miljoen verkochte exemplaren kon het publiek dat perfect smaken.

Alison Krauss & Robert Plant – Raising Sand (2007)
Een onwaarschijnlijke combinatie, leek het: de jonge Amerikaanse sirene Alison Krauss, overladen met platina, naast de Britse rocklegende Robert Plant, wiens Led Zeppelin de jaren ’70 lichtjes heeft gemarkeerd. Producer T Bone Burnett (o.a. de soundtrack van O Brother) zette de puntjes op de i. Het resultaat: een meesterwerk, bekroond tot Album van het Jaar bij de Grammy’s 2009.

Brad Paisley – Play (2008)
De cover zet de toon: een Telecaster paisley op een schommel – alsof te zeggen dat gitaren in de handen van grootmeester Brad Paisley speels worden. De helft van de plaat is gezongen (siroperige pop/country), de andere helft is een lesje instrumentale country. Alleen al “Cluster Pluck” rechtvaardigt de aankoop: in drieënhalve minuut passeren de grootste Telecaster-tovenaars ter wereld: James Burton, Vince Gill, Brent Mason, Steve Wariner, John Jorgenson, Redd Volkaert en Albert Lee. Duizelingwekkend.

Lady Antebellum – Need You Now (2009)
Het Nashville-trio Lady Antebellum veegde in 2011 de vloer aan bij de Grammy’s met dit tweede album. De mix is perfect: traditionele country (jawel, er zit mandoline in!), moderne pop en FM-rock. Ze staan voor de country die vandaag de Amerikaanse ether domineert – van filmscores tot shows als The Voice. Zelfs als je geen countryfan bent, zijn de lessen in songwriting en arrangement de moeite waard.

